Een bont boeket met bekende werken
Zowel de term Nieuwjaarsconcert als Proms staat voor een programma vol afwisseling, een concert met gemakkelijke en liefst bekende muziek die licht verteerbaar is. En daarbij komt nog een vleugje humor. Het Zeeuws Orkest (HZO) scoorde op dat punt met werken van Nicolai, Smetana en Johann Strauss jr. Het familiale gehalte werd verhoogd door het optreden van mensen uit de eigen gelederen en drie solisten, van wie er twee aan het begin van hun carrière staan en een uit Brabant kwam met een verrassende act. Na de ouverture Die lustige Weiber van Nicolai traden vier slagwerkers uit het HZO op als Rosewood Marimba Quartet. Samen met het orkest werd een wals uit De Notenkraker van Tsjaikovski gebracht en daarna nog twee werkjes van Strauss die opvallend sprankelend klonken op de marimba’s.De sopraan An De Ridder was op haar best in de aria uit Der Vetter aus Dingsda van Künneke. Een operette-aria waarin zij haar muzikale emotie kwijt kon en die goed in haar tessituur lag, op de hoge nootjes na. De aria van Händel, die zij samen met Floris Onstwedder vertolkte, was een vreemde eend in de bijt. Een programma van louter licht klassiek met deze barok aria vlak voor de Radetskymars (klap, klap) van Strauss, is een onbegrijpelijke keuze. De uitvoering liet te wensen over en had absoluut niets met barok te maken. René Bogaard speelde twee werkjes op Alpenhoorn (Aegler en Sommer). In zijn Zwitsers teneue, zijn speciale opkomst met koebel en met zijn bijna vier meter lange Alpenhoorn trok bij extra aandacht. Hij dwong bovendien respect af voor zijn prestatie. Wat een adembeheersing en knappe zuivere volle tonen. Trekpleister van het concert was de jonge trompettist Floris Onstwedder. Het supervirtuoze werk Carnaval de Venice van Arban met de vele variaties op het thema is een uitgelezen kans om zich technisch kunnen te etaleren. En Onstwedder blies, na een aarzelend begin, met verve al deze aartsmoeilijke variaties. De bekende nummers die ook elk jaar in het Nieuwjaarsconcert uit Wenen (televisie) worden gespeeld van Strauss, vormden de rode draad in het gevarieerde programma, waarin Joan Berkhemer enkele grapjes maakte en zelfs een koekoek reanimeerde.
Jeanette Vergouwen, PZC