Bornkamp zorgt als enige voor vuurwerk

Het Zeeuws Orkest (HZO) gaat in het voorjaarsconcert op reis naar Parijs. Het Parijs van na de eerste wereldoorlog. Parijs... dan denk je aan gebouwen, de Seine, terrasjes, theaters en cafés, aan de sfeer van warmte en een overdaad aan kleuren. Je verwacht dus vuurwerk tijdens het voorjaarsconcert. Dat vuurwerk kwam van de saxofonist Arno Bornkamp, maar de bijdragen van het orkest waren niet sprankelend. Er werd te weinig genuanceerd gemusiceerd.Het concert begon met Le tombeau de Couperin van Ravel. De Prélude is vrij melancholisch, de Forlane een galante vertaling van de 18de eeuwse muziek, het Menuet klinkt bevallig en de Rigaudon kent een krachtig ritme en klonk soms idyllisch, soms nostalgisch met mooie soli van de houtblazers. Alles kwam (te) hard over; dat was wellicht mede te wijten aan het feit dat de zaal maar voor een derde gevuld was. De schittering was er wel in het Concert voor saxofoon en orkest van Glazounov. Solist Arno Bornkamp heeft een fantastische techniek. Hij speelde moeiteloos alle loopjes en vreemde intervallen, zijn adembeheersing was geweldig en zijn toonvoering vol en mooi. Alle mogelijkheden van de saxofoon werden geëtaleerd zowel in de zwoele nostalgische passages, de zangerige melodielijnen als de frivole muzikale buitelingen. Na de pauze vertolkte HZO de Sinfonietta van Poulenc. Een klassiek werk van vorm vol grappige effecten en onverwachte wendingen. Typisch Poulenc, die zich niet veel aantrok van vastgelegde structuren. Het leek of verschillende plaatjes van Parijs werden vertoond: van lawaaierige straten tot en met de sfeer van les Cabarets. Met Milhaud haalde het orkest de sfeer van Zuid-Amerika naar Parijs. Heerlijk klinken de drie deeltjes van Scaramouche met een virtuoze saxofoonpartij in Vif met vlotte draaiende bewegingen en dan dat lekker zwoele en zangerig middendeel en het overrompelend ritme in Brazileira, waarin de lage strijkers de taak hadden het ritme aan te geven. Bornkamp gaf een toegift: een modern staaltje van virtuoos kunnen. Met Le boeuf sur le toit van Milhaud werd het concert besloten. Tussen de passages (bijna filmmuziek) gloorde de broeierige tropische warmte, het ritme en de vreemde effecten zouden de uitvoeringen moeten laten swingen. Jammer dat dit niet gebeurde.
Jeanette Vergouwen, PZC