Indrukwekkend met wisselende emoties

Wat maakt een uitvoering van de Missa da Requiem van Verdi zo aantrekkelijk? De geladenheid van de compositie, de afwisselende ritmes en emoties of de wijze waarop Verdi, als ongelovige, zo subliem een mis in dramatische stijl componeerde, waarin hij vrede en troost verpakte? Wat de geloofsovertuiging van de toehoorder ook is, hij of zij wordt gegrepen door de emotionele muziek die gaat van overdonderende passages tot diepdoorleefde, verstilde momenten. De soli van de zangers lijken op opera-aria's. De orkestratie is beurtelings van een ontroerende zachtheid en van indrukwekkend geweld.Dat was donderdag bij Het Zeeuws Orkest en de Koninklijke Oratorium Vereniging meteen te horen in het Introitus met de dalende lijnen in de celli en de wisseling van mineur naar majeur. Het Dies Irae (Sequentia) is een complex geheel. De paukenist zorgde met syncoperende slagen voor een geweldige spanning, alsof een onweer losbarstte. In de koren, soli, duetten, terzetten en kwartetten waren individuele en gemeenschappelijke uitingen van emotie te horen. Opmerkelijk in dit Dies Irae waren de schitterende trompetklanken bij het Tuba mirum van sonoor gebracht werd door bas Nanco de Vries, het duet Recordare waarin Alexandra Untiedt (sopraan) en Martine Straesser prachtig samenklonken, het strak bijna bescheiden en ietwat afstandelijk gebrachte Ingemisco door tenor Marcel Reijans en het Lacrimosa waarin de alt duidelijk de grootste dramatiek etaleerde. Als toehoorder kun je na de Sequentia pas weer op adem komen. De volle kerk in Brouwershaven volgde daarna ademloos het Offertorium en de overige misdelen. Het orkest steunde op vakkundige wijze de koorpassages. Het koor kweet zich goed van zijn taak. De inzet was overduidelijk en er was hard gewerkt aan de koorklank, waarin de sopranen (het is dan ook een bijna onmogelijke partituur voor hen) soms in intonatie en hoogte tekortschoten. In de fugatische passages dreigde soms de ontsporing, maar dirigent Joan Berkhemer had het stuur goed in handen en loodste zijn musici langs verschillende muzikale klippen. Hij onderstreepte de contrasten en het angstaanjagende in de teksten en tijdens de verstilde momenten gaf hij ruimte aan de interpreten. Terwijl buiten de donkere wolken kwamen opzetten, heerste in de kerk een voelbare spanning tijdens het smeken om eeuwige rust door alt, tenor en bas in de Communio. In deze bijna dodenmars werd ook duidelijk dat de mezzo vermoeid raakte. Zij zong het hele werk vol emotie en dramatische kracht. Het slot werd door het koor niet optimaal gezonden, de fuga kwam te weinig uit. Het morendo besluit van het werk kwam als een bevrijding. Het stevige applaus daarna was terecht.
Jeanette Vergouwen, PZC