Licht verteerbaar, goed geserveerd
Het Zeeuws Orkest houdt vast aan de traditie om één ker per jaar een concertserie te verzorgen waar het publiek ongedwongen van smult. Het Nieuwjaarconcert heeft een hoog verstrooiingsgehalte en verloopt in de sfeer van the Night of the Proms. Interviewtjes tussendoor, wat uitleg over de werken en een snoer van kortere composities dit licht verteerbaar zijn. Hapklare brokjes die er bij het publiek goed in gaan. Dat neemt niet weg dat die hapjes goed geserveerd werden en dat het orkest en vooral de jonge solisten een prima prestatie leverden.
De ouverture van Der Zigeunerbaron van Johan Strauss, met opmerkelijk verzorgde soli van de blazers, was een vrolijk begin. De jonge klarinettiste Annemiek de Bruin speelde met verde het derde deel van het klarinetconcert van Von Weber. Haar toonvoering was mooi strak en rond, haar techniek kwam in de virtuoze passages goed uit. Ook fluitist Kees van der Heijdt blies een doorvoelde partij in de Fantasie van Fauré. In de snelle Tarantella van Saint-Saëns musiceerden zij samen. Als deze musici zo doorgaan, wacht hen een goede toekomst. Zeeland bezit duidelijk voldoende talentvolle jonge musici.
De verrassing van het concert was de vervanging van dirigent Berkhemer. Echt verklappen kan ik het niet, maar de uitvoering van de Slavische Dans nr. 7 van Dvorak en Zigeunerweisen van Pablo de Sarasate, waarin Berkhemer de vioolsolo speelde, vormden een hoogtepunt. Meeslepende muziek en een orkest dat alle tempowisselingen, die feilloos werden aangegeven, volgde.
Na de pauze werd een vrij groot deel ingevuld door chansonnier Philippe Elan. Hij zong chansons van Brel, Aznavour, Léo Ferré, Piaf en Julien Clerc. Het fijne van de interpretatie van Elan was dat hij een eigen versie gaf van de liederen. Echt Frans en een boeiende weergave van zowel de poëtische teksten als de melodieën.
Het concert werd besloten met twee uitsmijters: Pomp & Circumstance mars 1 van Elgar (met Land of Hope and Glory) en Berliner Luft van Lincke.
Jeanette Vergouwen, PZC